-
1 vrede
1 [toestand dat er niet gevochten wordt] peace2 [toestand van rust] peace, quiet(ude)3 [vredesverdrag] peace (treaty)♦voorbeelden:vrede sluiten met • conclude the peace withvrede stichten • make peace2 vrede met iets hebben • be resigned/reconciled to something, accept something, make one's peace with somethingzij ruste in vrede • may she rest in peaceter wille van de (lieve) vrede/om des vredes wille • for the sake of peace (and quiet) -
2 vredespijp
♦voorbeelden: -
3 de vredespijp roken
de vredespijp roken〈 figuurlijk〉 smoke the pipe of peace/peace pipe, keep the/make peaceVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de vredespijp roken
-
4 sluiten
2 [opbergen, wegsluiten] lock up/away3 [buiten-/uitsluiten] lock out, close off4 [plaatsen zonder tussenruimte] close6 [beëindigen] close, conclude7 [verbieden] close8 [handel] [opmaken] close♦voorbeelden:het raam sluiten • shut/close the windowde winkel/zaak sluiten • 〈 in het bijzonder voorgoed〉 close (the shop) down; 〈 ook 's avonds〉 shut up shopvriendschap sluiten (met) • make friends (with)de rij sluiten • bring up the rear3 [goed geheel vormen] fit4 [afsluiten] lock up5 [ten einde lopen] close6 [als einduitkomst hebben] balance7 [gelijke eindcijfers aan debet- en creditzijde vertonen] balance♦voorbeelden:dinsdagmiddag zijn alle winkels gesloten • it's early closing day on Tuesdaydie redenering sluit niet • that argument doesn't hold (water)de begroting sluitend maken • balance the budgetIII 〈wederkerend werkwoord; zich sluiten〉♦voorbeelden: -
5 vrede sluiten
vrede sluiten -
6 vrede sluiten
v. make peace -
7 vredestichter
n. peacemaker, pacificator, make peace -
8 vrede stichten
vrede stichten -
9 leven
leven1〈 het〉3 [levensduur] life, lifetime5 [morele handel en wandel] life7 [verschijnselen/werkzaamheden in een kring] life♦voorbeelden:het leven begint bij 40 • life begins at 40zijn leven geven voor zijn land • lay down one's life for one's countryvoor hun leven wordt gevreesd • there are fears for their liveszijn leven hangt aan een zijden draad(je) • his life hangs by a threadde aanslag heeft aan twee mensen het leven gekost • the attack cost the lives of two peoplezo is het leven • that's lifedat kostte hem het leven • that killed him/cost him his lifehet leven laten/erbij inschieten • lose one's lifezijn leven loopt op een eind • his end is drawing nearhet leven schenken aan • give birth toiemand het leven schenken • spare someone's lifezijn leven duur verkopen • sell one's life dearly, fight to the bitter endzijn leven wagen • risk one's lifebij leven en welzijn • if all is welliets in leven houden • keep something alivenog in leven zijn • be still alivein leven blijven • stay/keep aliveiemand naar het leven staan • be after someone's bloodom het leven komen • lose one's life, be killediemand om het leven brengen • kill someoneop gewelddadige wijze om het leven komen • meet (with) a violent deathhet leven van alle dag • everyday liferennen alsof je leven ervan afhangt • run for one's lifezijn leven niet (meer) zeker zijn • be not safe here (anymore)als je leven je lief is • if you value your lifeeen organisatie in het leven roepen • set up an organizationtekenen/schilderen naar het leven • draw/paint from life/natureuit het leven gegrepen • true to life, taken/drawn from (real) lifezijn hele verdere leven • for the rest of his lifezijn leven slijten • spend one's daysdat heb ik nog nooit van mijn leven gezien • I have never seen that in my lifevan zijn leven niet • never (in all my life)heb je van je leven! • well, I never!hij is voor zijn leven invalide • he will be an invalid for the rest of his lifevoor het leven benoemd • appointed for lifeeen lidmaatschap voor het leven • a life membershipvoor het leven getekend • marked for lifeiemand het leven zuur maken • make someone's life a miseryzijn eigen leven leiden • lead one's own life〈 figuurlijk〉 zijn eigen leven gaan leiden • lead/assume a life of its own 〈bijvoorbeeld van verhaal/gerucht〉een gemakkelijk leven hebben • have an easy lifeeen nieuw leven beginnen • turn over a new leafzijn leven beteren • mend one's wayszij heeft geen leven bij die man • that man makes her life a miseryhoe staat het leven? • how's life?een losbandig leven leiden • lead a wild life6 mijn/hun leven lang • all my life/their livesbij/tijdens zijn leven • in/during his lifetime7 het maatschappelijk/het huiselijk leven • public/private lifein het volle leven staan • be in touch with things10 een onderneming nieuw leven inblazen • breathe/inject new life into a firmleven in de brouwerij brengen • stir/liven things up, get things goinger kwam leven in de brouwerij • things were beginning to liven upiets/iemand weer tot leven brengen • bring something/someone to life again¶ een bruin leven • a good/an easy lifehij heeft ook het eeuwige leven niet • he won't last for everde bescherming van het ongeboren leven • protection of the unborn child————————leven22 [met betrekking tot zaken/voorstellingen] live (on)3 [zich voeden] live on4 [zijn dagen doorbrengen] live5 [zich gedragen] live♦voorbeelden:mens, durf te leven • come on, live a littlehij heeft niet lang meer te leven • he has not long to liveeeuwig leven • live eternallyen zij leefden nog lang en gelukkig • and they lived happily ever afterlanger leven dan iemand • outlive someonehaar ouders leven niet meer • her parents are no longer aliveleef je nog? • are you still alive?in leven en sterven • till death do us part〈 figuurlijk〉 te weinig om te leven en te veel om te sterven • hardly sufficient to keep body and soul togetherhij weet van voren niet dat hij van achteren leeft • 〈 aartsdom〉 he is not all there; 〈 de kluts kwijt〉 he's completely at sixes and sevensbij veel mensen leeft het idee … • many people still have the idea …leeft die vaas nog? • is that vase still in one piece?de kermis leeft niet meer bij de mensen • fun fairs no longer appeal to peoplewat er leeft binnen de organisatie • what is going on inside the organizationmet deze man is/valt niet te leven • you can't live with that manin angst leven • live in fearmet iemand in vrede leven • live in peace with someonewe leven toch in een vrij land? • it's a free country, isn't it?naar iets toe leven • look forward to somethingstil gaan leven • retirezij leven langs elkaar heen • they have little to say to each othergoed kunnen leven • be comfortably offzij kan er goed van leven • she can live well from itzij moet ervan leven • she has to live on ithij heeft genoeg om van te leven • he has enough to get byvan dit vak kun je niet leven • you can't make a living out of this tradeleve de koningin! • long live the Queen!deze romanpersonages leven • these characters are true to lifeweten wat er leeft onder de bevolking • know what people are thinkingII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [een leven leiden] live♦voorbeelden:1 een eenzaam leven leven • lead a solitary/lonely life -
10 beweging
4 [organisatie vaak in samenstellingen] movement5 [aandrift] 〈zie voorbeelden 5〉♦voorbeelden:er is geen beweging in te krijgen • it won't budge/movebeweging nemen • get exercisein één beweging • with one movein beweging blijven • keep moving2 de wagen reageert op de geringste beweging van het stuur • the car responds to the slightest movement of the wheel3 in beweging zijn • be moving/in motion -
11 openbaar
1 [algemeen bekend] public3 [het gehele volk betreffend; van de overheid uitgaande] public♦voorbeelden:zijn mening openbaar maken • voice one's opinionshet feit werd openbaar • the fact became knownde openbare orde verstoren • disturb the peaceopenbare lagere school • primary schoolopenbare werken/sector • public works/sector¶ in het openbaar • in public, publiclyeen cursus spreken in het openbaar • a course in public speaking -
12 vrede met iets hebben
vrede met iets hebbenbe resigned/reconciled to something, accept something, make one's peace with somethingVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > vrede met iets hebben
См. также в других словарях:
Make Peace — U.S. National Register of Historic Places … Wikipedia
Make-peace — ( p[=e]s ), n. A peacemaker. [R.] Shak. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
make peace — index negotiate, pacify, placate, propitiate, reconcile Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
make peace — verb end hostilities (Freq. 1) The brothers who had been fighting over their inheritance finally made peace • Ant: ↑war • Derivationally related forms: ↑make peace • Hypernyms: ↑reconcile, ↑ … Useful english dictionary
make-peace — noun someone who tries to bring peace • Syn: ↑conciliator, ↑pacifier, ↑peacemaker, ↑reconciler • Derivationally related forms: ↑reconcile (for: ↑reconciler), ↑ … Useful english dictionary
make-peace — /mayk pees /, n. a peacemaker. [1510 20; n. use of v. phrase make peace] * * * … Universalium
make peace between — index arbitrate (conciliate), intercede Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
make peace — ► make (one s) peace become reconciled. Main Entry: ↑peace … English terms dictionary
make peace — (Roget s IV) v. Syn. propitiate, negotiate, make up; see reconcile 2 … English dictionary for students
make peace with — end the fighting, choose to forgive and forget, make up with … English contemporary dictionary
make peace — idi to arrange a cessation of hostilities or antagonism … From formal English to slang